"

zaterdag 21 september 2013

Onderwijs vermogen van morgen

Afgelopen donderdagavond was er een gesprek in de Balie in Amsterdam over "het onderwijs vermogen van morgen".  Vier gezaghebbers in het onderwijsveld gingen met elkaar het gesprek aan over de toekomst van het onderwijs. Aanwezig waren Prof. Luc Stevens, Prof. Gert Biesta, Prof. Jan Antonie Bruijn en Prof. Roger Standaert. De avond bestond uit twee delen. Eerst spraken de mannen aan tafel om de beurt over hun speerpunten en na de pauze kwamen ook de mensen uit 'de tweede ring' aan het woord. Een gemis vond ik wel dat er deze avond geen docenten aan het woord zijn geweest.


Het was een interessante avond en de heren waren eensgezind. Het nieuws over de CITO-toetsen was een mooi aanknopingspunt voor een discussie over meten en wat nou de essentie van onderwijs is. Professor Biesta vraagt zich af: "is het waardevol wat we meten of meten we wat we waardevol vinden?" En Professor Bruijn geeft aan dat je niet kunt meten zonder het resultaat te be├»nvloeden, het is een prikkel. Toch stelt hij wel dat helemaal niet meten een vorm van desinteresse is. Aan tafel is er een sterke behoefte aan andere vormen van meten die ook de kwaliteit van het onderwijs zichtbaar kunnen maken. Zo is al langer bekend dat een dergelijke CITO-toets of een intelligentietest slechts een momentopname is en lang niet alles meet. En wanneer we alle kinderen zo'n test op hetzelfde moment laten maken gaan we compleet voorbij aan het kind als individu. In Nederland zijn zelfs eerst de toetsen ontwikkeld en vervolgens pas de doelen die ermee behaald moeten worden. Dat is de omgekeerde wereld. Hella Hueck, economieverslaggever en nieuwslezer, kaart in haar column precies aan waar het om gaat. "Nieuwsgierigheid. Doorzettingsvermogen. Dat is niet te meten in een Cito-score. Creativiteit, kritisch denken, goed kunnen samenwerken. Het staat in veel vacatures, maar onze kinderen krijgen door de toetsendruk nauwelijks de kans om die vaardigheden te ontwikkelen." Echter zijn deze eigenschappen (a.k.a Habits of Mind) wel waar je verder mee komt in onze samenleving, waar je het verschil kunt maken. We moeten kinderen leren wat hun eigen, unieke waarde is in deze maatschappij en dit koesteren.

Prof. Luc Stevens had een paar rake uitspraken: "Het onderwijs is gegijzeld door haar eigen standaarden. De angst moet de school uit. We willen niet werken met bibberaars." Hoe wil hij dit bereiken? Empathie is de succesfactor. Een overgang van wat kinderen verlangen en wat ze wenselijk voor zichzelf vinden is een van de belangrijkste pedagogische momenten. Zijn we leraar voor de CITO-toets of voor de leerling? Terug naar de pedagogische opdracht van de school!
Prof. Roger Standaert doet daar nog een schepje bovenop. Hij noemt het (leerling)volgsysteem een achtervolgsysteem. Tot slot wuift Biesta de smoesje over 'geen weg meer terug' weg, er is altijd een alternatief.

Ik wil afsluiten met de mooie woorden van Stevens.

"De kinderen zijn je uitweg, die zijn (bijna) altijd integer. Leerlingen die goede vragen stellen en feedback geven. Dan zit je op de goede weg."